Artikelen

Kritiek

24 februari 2012

Vorige week was Matthijs van Nieuwkerk te gast bij College Tour. Een programma waarin succesvolle vakmensen open bevraagd worden door studenten uit het vakgebied. Het onderwerp was op een gegeven moment dat Matthijs te vriendelijk en meegaand was in zijn programma. Dat was duidelijk geen goede zaak. Blijkbaar is het ook in de journalisten wereld zo dat zachtaardigheid als onprofessioneel wordt gezien. Matthijs heeft zich de kritiek zichtbaar aangetrokken, want afgelopen woensdag hakte hij behoorlijk in op éen van de lijsttrekker kandidaten van de PVDA.

Wat is het toch dat er zoveel waarde wordt gehecht aan een kritische houding? Ik zie zelf geen enkel nut in kritiek. Ik kan er ook helemaal niet tegen. Ik word er doodongelukkig van als mensen kritiek op me hebben.
Wij therapeuten hebben ook vaak een kritische houding. Naar elkaar en naar onze cliënten. Het is meestal de bedoeling om met de kritiek de ander te helpen. Maar dit is zelden het geval. De kans is groot dat degene die kritiek krijgt zich klein en onzeker gaat voelen. Als het al helpt dan helpt het de kritiekgever. En de kritiekontvanger heeft er een probleem bij om mee te dealen.

Er worden assertiviteitstrainingen gegeven waarbij ‘omgaan met kritiek’ een belangrijk onderwerp is. Terwijl ik denk: wie moet er nu waar mee leren omgaan? Wat echt zou helpen is dat kritiekgevers zouden nadenken over waar ze het kritiek geven voor nodig hebben? Hoe helpt het hen om zichzelf overeind te houden? Is het de afstand die het schept? Of is het de gedachte dat jij tenminste weet hoe het moet? Of gaat het om invloed? Het idee dat als je invloed uitoefent, je de invloed van de ander buiten de deur houdt?

Ik snap wel dat journalisten werk niet bedoeld is om anderen te helpen. Dat is bedoeld om de waarheid boven tafel te krijgen. En dat het dan kan helpen om de ander onzeker te maken, geloof ik wel. Maar dat neemt niet weg dat ik het naar vind dat er zo denigrerend wordt gedaan over vriendelijkheid.

Wij, hè?

16 september 2011

Ik heb een hele lieve oom. Als ik hem tegenkom raakt hij me altijd even aan en dan zegt hij: “wij, he?”  Het geeft me een warm gevoel van binnen. Ik voel me weer even kind. Toen ik een klein kind was riep ik ‘s avonds mijn moeder van bovenaan de trap en als ze er dan was zei ik “wij, he?”  Ja. Zei mijn moeder dan en ze ging weer verder met waar ze mee bezig was. Dit was ons avond ritueel. Ik moet heel klein geweest zijn, want zelf herinner ik het me niet meer.

Dat “wij, he?” ben ik kwijt geraakt in de loop van de jaren. Ik ben het nodig gaan vinden om in “wij en jullie” te gaan denken. Ik tegen de leraren, ik tegen de kerk en later ik tegen de GGZ als instituut. Het vechten hield me overeind en gaf me het idee dat ik sterk was.

Anderhalf jaar geleden ben ik de GGZ uitgegaan. Daardoor had ik opeens niks meer om tegenaan te schoppen. Dat deed me even wankelen, maar al snel vond ik het evenwicht in mezelf en ben ik mijn eigen richting gaan volgen.

En nu ben ik de kartrekker van ons eigen GGZ Centrum in Wageningen. Een centrum waarin vrijheid en verbinding centraal staat. Wij werken vanuit de behandelfilosofie dat het medemenselijke contact tussen behandelaar en cliënt de belangrijkste genezende factor is.

Het raakt bij mij de kern van wie ik ben en wat ik wil bijdragen aan de wereld. Ik ben weer helemaal terug bij “wij, he?”

moeder en dochter

4 april 2011

Mijn moeder wordt binnenkort 60. Dit brengt me in de gelegenheid om eens goed bij haar stil te staan en bij wat ze voor mij betekent.
Een moeder is voor een dochter natuurlijk een eerste indruk van hoe een vrouw zich gedraagt. Als je naar je moeder kijkt als dochter (of naar je vader als zoon) kun je twee dingen doen: je kunt je best gaan doen om op je moeder te gaan lijken, of je kunt je er juist tegen afzetten.
Ik koos voor het laatste. Ik wilde in geen geval worden als mijn moeder. Ik vond haar te volgzaam, te passief en te onderdanig. Ik zag haar gebrek aan vrijheid en ik dacht: dat gaat mij niet gebeuren!
In ons gezin hadden mannen meer vrijheid. Er werd meer naar mannen geluisterd dan naar vrouwen. Dit maakte dat ik me al jong ben gaan vermannen. Ik praatte hard, liep met grote, stevige stappen – liefst op bergschoenen-, rookte 3/4 zware shag en dronk zwarte koffie. Dit afzetten gaf me een gevoel van vrijheid en kracht.

Dit werkte goed totdat ik zelf moeder werd. Toen merkte ik dat ik in mijn stoerheid tekort schoot als moeder en daar werd ik onzeker van. Het lukte niet meer om altijd de touwtjes in handen te hebben en overal een antwoord op te weten.
Mijn oudste is nu zeven. Ondertussen ervaar ik dat het helpt om me niet meer te vermannen en mijn onzekerheid die dan voelbaar wordt toe te laten.
Door contact te maken met mijn angst ben ik mijn moeder gaan begrijpen en waarderen. Ik voel de zwaarte van leven in onzekerheid en angst. De laatste tijd hoor ik mezelf geschrokken gillen in de auto als er iets onverwachts gebeurd en ik er naast zit. Ik heb altijd gedacht dat dit aanstellerij was van mijn moeder toen zij bang was in de auto.
Ik heb best nog wel eens last van het gedrag van mijn moeder. Van de manier waarop zij met angst en onzekerheid omgaat. Maar ik kan nu in liefde naar haar kijken. En wat belangrijker is: ik kan nu liefde van haar ontvangen en het daarmee doorgeven aan mijn kinderen. Dit gevoel van verbinding maakt me erg gelukkig.

Verdeeldheid

25 oktober 2010

Er was een paar jaar geleden een programma op televisie waarin ze live onderzoeken deden naar menselijk gedrag. Het was in een soort Big Brother huis. De mensen die er aan meededen wisten dat er psychologische testen zouden worden afgenomen. Ik vond het heel aangrijpend om te zien hoe het gedrag van mensen af hing van de groep waar ze zich in bevonden.

De mensen werden na binnenkomst willekeurig verdeeld in twee groepen. Blauw en rood. De rode groep kreeg in de loop van de tijd steeds meer privileges. De blauwe groep moest ten dienste staan van de rode groep. Er was dus een ongelijkheid die steeds groter werd. De overheersende groep genoot zichtbaar van de macht en leefden zich steeds minder in hoe het voor de onderdrukte groep moest zijn. Zij gingen zich boven de andere groep stellen, terwijl daar geen enkele reden toe was. Ze waren per ongeluk in de ‘goede’ groep gekomen. De onderdrukte groep mopperde, maar deed wel steeds wat er van hen gevraagd werd. Alsof ze niet op het idee kwamen om nee te zeggen. Er was maar een enkeling die kritische vragen stelde over wat er gebeurde en die de mogelijkheid overwoog om niet mee te werken.

Wat mij aangrijpt in dit soort processen is de beïnvloedbaarheid van mensen in een groep. Het houd me bezig hoe dit zo kan ontstaan. Ik ga er van uit dat dit ons vanuit de natuur is ingegeven. Kuddegedrag. De groep biedt ons veiligheid. Of je nu bij de superieuren hoort of bij de onderdrukten. Dit gevoel van veiligheid gaat boven de behoefte om trouw te zijn aan jezelf en aan je eigen normen blijkbaar. Gedurende mijn laatste jaren in de GGZ heb ik zo’n proces van dichtbij meegemaakt. Er ontstond een wij-zij cultuur tussen “de organisatie” en “de werkvloer”. De teamleiders voerden opdrachten uit waar ze niet achter stonden en waarvan niemand wist wie daar verantwoordelijk voor was. Toch deden ze het. En de werkvloer voerde uit. Wij stonden er ook niet achter. Wij wisten dat de gevolgen schadelijk waren voor de cliënten. En toch deden we het.

Vorige week was Ingrid Betancourt bij Pauw en Witteman. Zij heeft jarenlang gegijzeld in de jungle doorgebracht. Met een ketting om haar nek. Ik raak altijd weer geïnspireerd door mensen die in onderdrukte situaties de vrijheid nemen om eigen baas te blijven. Zo besloot zij om niet meer mee te werken aan video opnamen voor de buitenwereld. Ze had het idee dat het de gijzeling van haar en de andere gijzelaars zou verlengen. Dus zei ze nee. Heel vanzelfsprekend. Omdat ze er niet achter stond. Dit vind ik nou ik de kern van heldhaftigheid. Ze blijft zelf beslissen. Ook als de gevolgen ingrijpend kunnen zijn.

Ik geloof dat het gebrek aan heldhaftigheid bij gewone mensen de reden is dat er verdeeldheid ontstaat en het wij-zij gevoel waar momenteel zo veel over gepraat wordt. Het is een universeel menselijk proces. Het is onze menselijke manier om een gevoel van veiligheid te creëeren. De vraag is natuurlijk of het helpt. Of eigenlijk weten we wel dat het niet helpt. Het wij- zij gevoel is de belangrijkste voedingsbodem voor geweld, conflicten en oorlogen.

Waar ik momenteel mee worstel is waar mijn verantwoordelijkheid begint in dit soort processen. Op welke manier kan ik invloed uitoefenen? En doe ik eigenlijk wel alles wat in er in mijn vermogen ligt om verdeeldheid tegen te gaan?

Gevoelige woorden

23 augustus 2010

Kortgeleden werd ik op een onderzoek gewezen van de Universiteit in Maastricht waarbij het effect van woorden an sich op mensen was onderzocht. Er waren twee groepen gevormd. De ene groep werkte met zakelijke woorden, ik geloof in de vorm van een kruiswoordpuzzel, als geld en materiaal, de andere groep kreeg gevoelige woorden te zien als liefde en dergelijke. Hierna kregen alle mensen een klant voor zich aan een bankloket met een probleem. De groep die gevoelige woorden had gezien, leefde zich in in de situatie van de klant en vroeg zich af wat hij zelf fout had gedaan, terwijl de andere groep de klant beschuldigde. Blijkbaar heeft alleen het zien van vriendelijke woorden effect op de empathie, dus het vermogen van inleven, van mensen.

Ik heb de laatste tijd nogal wat te doen met empathie. Afgelopen weekend heb ik mijn derde cursus Geweldloze Communicatie afgerond. Dit blijkt uiteindelijk helemaal om empathie te draaien. Medeleven of mededogen; met jezelf in de eerste plaats. Ik ben ontzettend onder de indruk van de kracht van deze manier van contact maken. Na jarenlang allerlei therapiën gegeven, gekregen en gezien te hebben is dit veruit de meest directe en effectieve manier werken met mensen.

Het is wederom de eenvoud die me raakt. Als ik op ‘persoonlijkheidsstoornissen’ google, komen er vooral ingewikkelde theoriën en behandelprogramma’ s te voorschijn. Ik denk dat dit voorbij gaat aan wat betrokkenen nodig hebben. Echt contact van mens tot mens is blijkbaar het meest heilzame wat er is. Ik heb de combinatie Geweldloze Communicatie en persoonlijkheidsstoornissen voorgelegd aan de trainer van het laatste weekend. John Kinyon. Hij is een voorloper op het gebied van mediation en Geweldloze Communicatie vanuit de USA. Hij gaf aan dat er geen contra- indicaties zijn. Geweldloze communicatie gaat over universele behoeften en is dus universeel inzetbaar in het verbinden van mensen met zichzelf en met de wereld om hen heen.

Ik word hier erg blij van. Het geeft mij de mogelijkheid om op een positieve manier invloed uit te oefenen. Blijkbaar is het in aanraking komen met gevoelige woorden genoeg om anderen te openen voor contact. Dus voor iedereen die de wereld om zich heen te zakelijk of te materialistisch vindt: het enige wat je hoeft te doen is zelf meer liefdevolle woorden gebruiken.

Het is zoals het is…

23 augustus 2010

In dit artikel wil ik graag mijn zwager aan u voorstellen. Mijn zwager is een echte man-man. U kent het type wel. Rationeel en onverstoorbaar. Als reactie op onderwerpen altijd een verklarend betoog of – als het te dicht bij komt – een grapje. Het zou mij niet verbazen als hij eigenlijk ontzettend gevoelig is. Maar dat hij dat angstvallig voor iedereen verborgen houdt. Met als gevolg dat hij heel hard zijn best  moet doen om niet geraakt te worden. Naar mijn idee heeft hij dit opgelost door alle problemen, zorgen en emoties die op hem afkomen af te doen met de woorden: “het is zoals het is”.

Wij zussen voeren graag diepzinnige gesprekken. In de hitte van zo’n gesprek kan een ontwijkend antwoord als dat van mijn zwager behoorlijk irriteren. Het is dus opmerkelijk dat de woorden “het is zoals het is” ons uiteindelijk een dienst hebben bewezen. Het begon als een grapje, maar wij gingen de zin steeds vaker tegen elkaar zeggen op momenten dat we onze alledaagse zorgen bespraken. Dit gaf lucht en het hielp om de situatie te accepteren zoals hij was.

Het vermogen om te accepteren is ontzettend belangrijk als je verder wilt komen in het leven. Om stappen te kunnen zetten in je ontwikkeling is het nodig om je eerst neer te leggen bij de beperkingen hierin. En iedereen heeft beperkingen, daar hoef je geen handicap voor te hebben. Als je de beperkingen als grenzen ziet, zit daar ook altijd ruimte in. Ruimte om te ontwikkelen of ruimte voor een eigen keuze. Je hebt altijd zelf een keus en er is altijd een manier om invloed uit te oefenen op de situatie. Al zit je nog zo klem en kunnen de consequenties van je keuze ingrijpend zijn.

Ten aanzien van mijn zwager heb ik altijd gedacht dat ik aan hem van alles moest leren. Over persoonlijke ontwikkeling en contact met je gevoel en zo. Hier was ik zo druk mee dat ik er aan voorbij ging dat ik wat van hem te leren had.

Leidend volgen

23 augustus 2010

Voor iedereen die anderen wil versterken is het nodig om vanuit stevig leiderschap de ander te kunnen volgen. Dit geldt voor coaches, therapeuten, leerkrachten, moeders en  managers. De ander gaat dus voorop. De ander beslist welke kant het op gaat en in welk tempo. De leidende volgt binnen zijn mogelijkheden. Pas als het gedrag van de ander negatieve gevolgen kan hebben, informerend of grenzen stellend.

Dit biedt veiligheid en geeft zelfvertrouwen.Volgens mij is dit zelfs de enige manier waarop je anderen daadwerkelijk kunt versterken. Alle andere manieren zorgen voor afhankelijkheid en voor aanpassing van gedrag. In het gunstigste geval. In ongunstige gevallen zorgt het voor conflicten en stoornissen. Alleen op de leidend volgende manier kan de ander ontwikkelen vanuit zijn eigen kracht.

Ik zelf heb dit geleerd in de opvoeding van mijn kinderen. Ik was nooit zo’n goede volger. Als ik het gevoel had dat situaties een kant opgingen die ik niet wilde, raakte ik in paniek en begon ik te gillen of ik zette mijn hakken in het zand. Toen ik moeder werd, moest ik leren volgen. Mijn zoontje bepaalde wanneer hij zorg nodig had. Hij bepaalde het tempo van de dag en wanneer ik hem moest troosten. Dit bracht mij uit mijn evenwicht. Ik had geen houvast meer. Pas toen ik leerde te vertrouwen op mijn eigen grenzen, kon ik mezelf beter beschermen. Dit gaf rust, waardoor ik om me heen kon kijken. En waardoor ik mijn kinderen met vertrouwen kon volgen in het ontwikkelen van hun eigenheid.

In mijn manier van werken ervaar ik de krachtige invloed van het bieden van veiligheid aan de partijen. Het is een eerste en noodzakelijke stap om anderen in beweging te krijgen. Voorwaarde is wel dat de (gespreks)leider eerst voor zijn eigen gevoel van veiligheid heeft gezorgd. Anders wordt het gaten met gaten vullen.

Lastige Lieden

23 augustus 2010

De term Lastige Lieden heb ik van Gerben Hellinga. Meneer Hellinga is een psychiater die na zijn pensionering een treffende, medemenselijke beschrijving van persoonlijkheidsstoornissen heeft gemaakt in zijn zo genoemde boek.

Lastige lieden kunnen zich over het algemeen slecht aanpassen. Ze voelen zich onveilig bij de mensen die het voor het zeggen hebben en verzetten zich daar tegen. Het wantrouwen naar autoriteit is meestal terug te voeren naar een onveilig gevoel bij de ouders of andere belangrijke opvoeders in de kindertijd. Ik heb gemerkt dat de behoefte aan veiligheid eerst gezien en erkend moet worden, voordat er ontwikkeling mogelijk is.

Veel mensen gaan te rade bij een grotere autoriteit als ze er niet uitkomen met een lastige ander. Ze schalen op, zogezegd. Dus de leerkracht stuurt de moeilijke leerling naar de directeur en de verpleegkundige gaat naar de psychiater voor advies. Het is duidelijk dat hiermee niet aan de behoefte van de persoon in nood wordt voldaan.

Geweldloze communicatie is een methode van conflicthantering die uitgaat van aandacht voor de behoefte van jezelf en van de ander. Door eerst tegemoet te komen aan je eigen behoefte (aan veiligheid bijvoorbeeld in het geval van agressief gedrag), is het mogelijk om open te staan voor de behoefte van de ander. Het idee is dat behoeften vaak overheerst worden door oordelen. Achter ieder oordeel zit een behoefte van de veroordelaar. Dus mijn oordeel over mensen met van die SUV’s , zou wel eens te maken kunnen hebben met mijn eigen behoefte om gezien te worden.

Het huidige hulpverleningssysteem is ingericht op het beoordelen van degene die afwijkt. Dit is vanuit de behoefte (aan houvast?) van de mensen die last hebben van deze onaangepasten. Daar is op zich niks mis mee. Als het als zodanig gezien en erkend wordt tenminste. Want pas dan kan de leerkracht, politieman of wie dan ook zich vrij voelen om zich werkelijk in te leven in de behoefte van degene die het moeilijk heeft. 

Ik weet zeker dat er  op deze manier veel lastig gedrag voorkomen kan worden.

Macht en Onmacht

23 augustus 2010

Volgens mij hebben alle conflicten met macht en onmacht te maken. Of met superioriteit en een gevoel van onderdrukking, zoals ik ook wel heb horen zeggen. Maar ik vind onmacht een mooi woord, omdat ik er kracht en inzet in hoor. Ik zie bij wijze van spreken iemand aan een klif hangen en wanhopige pogingen doen om grip te krijgen op de situatie.

Er hangt veel negativiteit om het woord macht. Terwijl het op zich gewoon met invloed uitoefenen te maken heeft. En dat wil iedereen. Als je geen invloed meer probeert uit te oefenen, ben je overgeleverd aan anderen en dat kan niet de bedoeling zijn. Dus ieders poging om invloed uit te oefenen dient onze menselijke ontwikkeling.

Als ik naar mezelf kijk en naar de keren dat ik ruzie heb, is dat eigenlijk altijd omdat ik me schrap zet. En ik zet me schrap, omdat ik bang ben dat ik anders niks meer te zeggen heb over de bepaalde situatie. En dat gaat bijna altijd over de toekomst. Dus ik maak ruzie met  mijn man omdat ik vind dat hij teveel met zijn werk bezig is en te weinig met thuis. Dan bevliegt de angst me opeens dat het mijn probleem wordt om de boel thuis draaiend houden en dat ik dan niet meer toekom aan mijn ambities.

Ik ga ruzie maken op het moment dat de angst me bevliegt. Meestal wacht ik niet totdat het probleem ook echt aan de orde is. Eigenlijk wil ik de ander dan bij voorbaat overtuigen dat hij zich moet aanpassen aan mijn plan. Het is echter veel zinvoller om mijn energie te gebruiken om mijn plannen te verwezenlijken en me daar volledig op te richten. Op het moment dat het duidelijk wordt dat ik iets van de ander nodig heb, kan ik een concrete vraag stellen voor een zichtbaar probleem en dat is veel gemakkelijker om aan mee te werken.

Invloed uitoefenen is verantwoordelijkheid nemen. Mijn ervaring is dat je dat het beste op je eigen terrein kunt doen. Dus bij een (dreigend) conflict is het van belang dat je stilstaat bij de taken en beslissingen die horen bij jouw rol in die situatie.  Daar kun je je hard voor maken. En de rest mogen we loslaten.

Laatst ben ik met mijn man naar bovengenoemde theatervoorstelling van Huub Stapel geweest. Het is naast cabaret bijna een soort workshop. Huub Stapel maakt in interactie met het publiek de verschillen tussen mannen en vrouwen duidelijk. De voorbeelden zijn erg herkenbaar en door de reacties van het publiek ontstaat er een soort van vrolijke saamhorigheid. Ontzettend leuk!

Maar ook leerzaam. Huub had het namelijk vooral over de behoeften van mensen en de verschillen tussen mannen en vrouwen hierin. Hij zei, kortgezegd, dat mannen vooral behoefte aan vertrouwen en goedkeuring hebben. Terwijl vrouwen meer behoefte hebben aan begrip en aandacht. Hier heb ik over doorgedacht en volgens mij komen bijna alle conflicten tussen mannen en vrouwen hier uit voort. Vrouwen willen contact met hun man, ze dringen zich aan hem op over van alles en nog wat, waardoor mannen zich aangevallen voelen en het idee hebben dat ze tekort schieten. Ze storten zich nog meer op hun werk, omdat ze daar wel goedkeuring denken te krijgen, waardoor de vrouw zich meer en meer aan haar lot voelt overgelaten. 

Het probleem is, volgens Huub, dat we vanuit onze eigen behoeften reageren op anderen. Dus de mannen geven hun vrouw vertrouwen, door  ze helemaal hun eigen gang te laten gaan. “Mijn vrouw kan zo goed met de kinderen omgaan, ik hoef me er nooit mee te bemoeien!”. En vrouwen vragen hun man hoe het geweest is op het werk, om toch eens te praten over wat er is, want ze zíet toch dat hem iets dwars zit.  Als een vrouw ‘klaagt’ tegen haar man, omdat hij alweer door moet werken ‘s avonds, bedoelt ze niet dat hij thuis moet blijven. Dat denkt de man. Dus hij gaat (enigszins geïrriteerd) uitleggen dat het echt niet anders kan. Terwijl die vrouw eigenlijk alleen wil horen dat het moeilijk voor haar is. Ze begrijpt ook wel dat het niet anders kan.

De oplossing is om het eenvoudigweg om te draaien. Dus mannen moeten vaker aan hun vrouw vragen hoe het gaat. (En met aandacht naar het antwoord luisteren!) En vrouwen moeten hun man meer complimenteren en vertrouwen hebben in zijn manier van problemen oplossen.


Overzicht artikelen:

  • Kritiek
  • Wij, hè?
  • moeder en dochter
  • Verdeeldheid
  • Gevoelige woorden
  • Het is zoals het is…
  • Leidend volgen
  • Lastige Lieden
  • Macht en Onmacht
  • Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus
  • Iedereen heeft een persoonlijkheidsstoornis
  • Alles wat aandacht krijgt groeit
  • Kennismaking
  • Hello world!